Zolang ik me kan herinneren, lag er een camera in huis. Mijn opa was degene die fotografeerde en filmde, en ik keek gefascineerd toe hoe hij zijn foto's ontwikkelde in de donkere kamer. Die geur van de chemicaliën, het beeld dat langzaam verscheen, het voelde als magie.
Op vakantie hadden we altijd een camera bij ons. Al vroeg mocht ik zelf ook foto's maken, al was het niet te veel. Tellen hoeveel foto's er op een rolletje zaten leerde me wel om bewust te kijken voordat ik op de knop drukte.
In mijn twintiger jaren kreeg ik mijn eerste eigen compact digitale camera: een Samsung (als ik het me goed herinner) die mee ging op elke vakantie. Toen mijn kinderen geboren waren, volgde mijn eerste DSLR, het goedkoopste Canon model, maar wat was ik trots! Eindelijk kon ik zelf het licht bepalen, in de M stand fotograferen. Dat gevoel van controle, van zelf de regie voeren over een beeld, dat was verslavend. In die tijd waren mijn kinderen mijn belangrijkste onderwerp voor de lens.
Ik ging cursussen volgen, keek urenlang YouTube video's, experimenteerde eindeloos met Photoshop. Ik wilde alles proberen: macro, landschap, portret. In 2018 stapte ik over naar een Sony A7II, fullframe. In 2025 upgrade ik naar de A7IV. Elke camera voelde als een stap dichter bij wat ik echt wilde maken.
In 2024 begon ik aan de Fotovakschool. Tijdens de studiolessen gebeurde er iets. We werkten met Rembrandt verlichting (dat klassieke, tijdloze licht dat je ook in oude schilderijen ziet). Ineens viel alles op zijn plek.
Dit was het. Portretten maken die niet 'van nu' zijn, maar tijdloos. Beelden die over twintig jaar nog steeds kloppen. En daarnaast: werken in concepten en projecten, met een helder idee vooraf.
Naast fotografie heb ik nog een grote liefde: boeken. Ik lees veel, altijd al gedaan. Voor mij zijn verhalen, of ze nu in woorden of beelden verteld worden, het mooiste wat er is.
Dat is ook waarom ik zo trots ben op mijn project Jongeren en Lezen. In deze snelle digitale wereld wilde ik onderzoeken wat lezen voor jongeren betekent. Hoe ziet dat eruit? Wat gebeurt er als je leest? Het combineren van mijn twee passies (fotografie en literatuur) voelt als thuiskomen.
Dit jaar studeer ik af aan de Fotovakschool. Mijn focus ligt op conceptuele fotografie, van portret tot vrije kunst. Ik werk niet vanuit genres, maar vanuit ideeën en verhalen. De studio is voor mij een laboratorium waar ik licht en compositie volledig kan controleren en vormgeven. Alhoewel buiten fotograferen of op locatie ook zijn charme heeft, zolang het het verhaal versterkt.
Wat ik wil maken: tijdloze beelden die betekenis dragen. Voor mensen die een portret aan de muur willen dat over twintig jaar nog steeds klopt. En projecten voor kunstinstellingen en maatschappelijke organisaties waar verhalen verteld worden.
Niet gebonden aan één stijl, maar gedreven door concept. Dat klinkt misschien abstract, maar voor mij is het juist heel concreet: elk beeld begint met een vraag of idee, niet met een techniek.
Van de oude meesters leerde ik kijken naar licht. Rembrandt voor zijn magistrale gebruik van licht en schaduw, Vermeer voor die tijdloze intimiteit in zijn composities. En mijn persoonlijke favoriet Van Gogh voor zijn gebruik van kleur.
Bij fotografen zoek ik inspiratie bij:
Gregory Crewdson – zijn meesterlijke voorbereiding en cinematografische aanpak
Erwin Olaf – perfectionist in elk detail, van concept tot uitvoering
Annie Leibovitz – voor de narratieve kracht in portret
Kirsty Mitchell – haar Wonderland-project laat zien wat mogelijk is als je jaren voorbereidt per beeld
Kaat Stieber – voor haar manier van storytelling
Wat deze fotografen gemeen hebben: ze vertellen verhalen, werken conceptueel, en nemen de tijd. Dat herken ik in mijn eigen aanpak.